"U kunt gewoon binnenkomen"

Op 26 oktober 2014 is ds. Henrieke ten Thije bevestigd als predikant van onze gemeente. De beroepingsprocedure begon in februari en werd na een unaniem ja van de gemeente in juni afgerond met het positieve antwoord van Henrieke, op het beroep dat de kerkenraad had uitgebracht. In dit artikel kunt u haar een beetje leren kennen.

 

Ouderlijk huis
Kerkgang heb ik nooit geassocieerd met dwang, omdat onze ouders mijn zus en mij daar helemaal vrij in lieten. Mijn vader was bankdirecteur, mijn moeder huisvrouw en beiden waren erg actief in het verenigingsleven en de kerk. Ik ben theologie gaan studeren, omdat ik wilde weten hoe het zat met Jezus die over het water liep en al die andere wonderen die Hij verrichtte. Waren ze echt gebeurd? En waarom gaan mensen naar de kerk? Wat beweegt hen?”

Ondergedompeld in traditie
“De studie was geweldig, omdat het zo’n brede studie was: oude talen, kerkgeschiedenis, godsdienstpsychologie, filosofie, vergelijkende godsdienstwetenschappen, enz. Als je niet weet wat je wilt, dan is het een mooie studie om de maatschappij in kaart te brengen, al zijn er natuurlijk wel meer studies die dat doen. Ik voelde me ondergedompeld in de traditie van eeuwen en besefte heel sterk dat ik een geschiedenis instapte, die na mij gewoon doorgaat. Tijdens de studie wist ik niet welk beroep ik wilde gaan uitoefenen. Ik genoot van het studentenleven in Leiden, een stad waar ik voor gekozen had, en omdat de secretaresse van de faculteit Godgeleerdheid uit Twente kwam, wat mijn vader wel een prettig idee vond.”

Ieder doet het op zijn manier
“Ik koos voor missiologie & oecumenica als hoofdvak. In die tijd volgde ik een seminar bij de Wereldraad van Kerken in Genève. In zo’n wereldwijde organisatie word je ervan doordrongen dat het geloof wereldwijd vorm krijgt en dat de goede boodschap overal weerklank vindt. Ieder doet het op zijn manier. Of ik de 'Kerkelijke Opleiding' wilde volgen, heb ik altijd open gehouden. Ik besloot ervoor te kiezen na een week op het seminarie met alleen vrouwelijke studenten. Doel hiervan was te ontdekken of je wel of geen predikant wilde worden. Ik ontmoette daar zoveel studentes met zoveel capaciteiten die het eigenlijk niet aandurfden om voor een gemeente te gaan en dus in een ziekenhuis of verpleeghuis wilden werken. En dat terwijl de meeste mannen zonder aarzeling kozen voor een gemeente. Natuurlijk konden die vrouwen dat ook…. Ik vond het zo jammer, dat de vrouwen het niet aandurfden en besloot het wel te doen.“

Mooi beroep
“Ik ben vervolgens mijn 'Leervicariaat' gaan doen in Oldenzaal. Dit is een intensieve stage, waarbij de gemeente weet dat je het vak nog moet leren en je door gerichte feedback helpt om het steeds beter te doen. Zo leerde ik steeds meer over mezelf en ontdekte ik dat het goed was om gemeentepredikant te worden. Ik zag hoe mooi en divers dit beroep is. In welk vak ben je zoveel met God en spiritualiteit bezig? Waar kom je zo dichtbij de mensen? Meestal vinden mensen het fijn als je komt en ze vertrouwen je van alles toe. Je ontmoet oud en jong, gaat bij scholen en verzorgingshuizen langs en overlegt met vrijwilligers die er met z’n allen wat van willen maken en zich willen inzetten voor de ander. Natuurlijk is er wel eens kinnesinne en voelen mensen zich soms gekwetst of tekort gedaan. Maar de kerk is een oefenplaats voor het samenleven, het geloven en vieren. In de kerk ging ik ontdekken dat ik er wel geschikt voor was…”

Door studie geloviger geworden
De vragen waarmee ze de studie in ging werden tijdens de studie in zekere zin beantwoord: “Natuurlijk kreeg ik niet precies uitgelegd hoe het nu zat of wat de waarheid was. Maar ik leerde wel dat in de Bijbel een andere taal wordt gesproken. Dat deze vol zit met symboliek en dat er een diepere wijsheid achter schuilt. Ook zag ik dat het niet zo belangrijk is om te weten of dat letterlijk wel of niet zo gebeurd is. Het gaat veel meer om de spirituele overgave. Door de studie ben ik geloviger geworden. Ook hielp de studie me om de kerk niet los te laten. Af en toe werd ik door God bij mijn lurven gepakt en voelde ik in momenten dat ik er weer bijgehaald werd. Dat voelde ik bijvoorbeeld jaren geleden toen ik even niet meer wist hoe ik verder moest met mijn werk in het verpleeghuis en in een impasse zat.”

Iona
“Ik ben toen naar Iona gegaan, in Schotland. Dit is een  oecumenische gemeenschap van mensen met verschillende sociale achtergronden en uit verschillende christelijke tradities, die het evangelie van Jezus Christus willen volgen. Ze willen zich verbinden, onderling en met alle mensen van goede wil over de hele wereld, om samen te werken, zich te bezinnen en te bidden voor gerechtigheid, vrede en heelheid van de schepping. En ze zijn ervan overtuigd, dat hun ideaal van een inclusieve (iedereen insluitende) gemeenschap ook tot uitdrukking moet komen in de gemeenschap van alledag waarin zij leven. Hier voel je echt dat je niet in je eentje christen bent, maar dat je deel uitmaakt van een wereldwijde beweging die een vorm van kerk wil zijn. Hier voelde ik dat ik er weer bij werd geroepen.”

Kind met badwater weggegooid
“Tijdens mijn studietijd heb ik ook ander werk gedaan, bijvoorbeeld als datatypiste. Al snel wilden mijn collega’s dan weten wat ik studeerde. Als ik dan theologie antwoordde, kreeg ik vaak allerlei anekdotes te horen als ze positieve ervaringen met de kerk hadden. Wanneer het tegendeel het geval was volgde een lading kritiek die ik vaak ook wel weer kon begrijpen als ik hun verhalen hoorde. Veel mensen en vooral jongeren zijn zo geseculariseerd dat ze er geen weet van hebben hoe mooi het in de kerk kan zijn en hoeveel je aan je geloof kunt hebben. Het kind is eigenlijk met het badwater weggegooid.”

Chaam
"Na de studie volgde de Protestantse Gemeente Chaam c.a., die lijkt op die van Dongen en Rijen. De leden komen op zondag vanuit allerlei dorpen samen, te midden van de katholieke en geseculariseerde omgeving. In Chaam heb ik veel respect voor de diaconie gekregen die veel werk –meestal in stilte - doet voor mensen die het moeilijk hebben, dichtbij of ver weg.  Verder was de gemeente erg actief in de oecumenische werkgroep Kerk & Toerisme, die pastoraal werk doet op campings. Dit voorziet echt in een behoefte, want je neemt je verdriet, de ruzies en wanhoop gewoon mee als je uit je vertrouwde omgeving weg bent. Als je bijvoorbeeld na het overlijden van je partner weer voor het eerst op vakantie gaat, dan heb je behoefte aan een luisterend oor op de camping. En daar zorgt de werkgroep voor.”

Geestelijk verzorger
“Na acht jaar in Chaam ben ik (toch) overgestapt naar het werk van geestelijk verzorger in het verpleeghuis. Dit was beter te combineren met mijn prille moederschap. We hadden lang moeten wachten op een kindje en toen we dan eindelijk ons wereldkind in onze armen mochten sluiten, voelde ik me beter in een baan waar je niet 24 uur per dag hoeft klaar te staan. Het kwam toen goed uit dat ik al een opleiding Klinische Pastorale Vorming had gedaan. Ik ben in Aeneas gaan werken in Breda, een van oorsprong protestants verpleeghuis, maar nu met vooral katholieke bewoners. Eerst werkte ik hier alleen, maar door de fusies kwamen er later twee katholieke collega’s bij, met wie ik het erg getroffen heb.”

Veel missen
“In het verpleeghuis organiseerden we wekelijks vieringen in de ontmoetingsruimte, rondom de biljarttafel. Hier moest veel geïmproviseerd worden, maar dat doet je relativeren en is ook leerzaam. Ik ga veel missen van dit werk, maar vind veel hiervan terug in mijn nieuwe baan. Want ook hier zal ik intensieve contacten hebben met mensen in kwetsbare situaties. In het verpleeghuis heb ik veel respect gekregen voor mensen die – ondanks dat ze gekwetst zijn en zich in de steek gelaten voelen, of omdat soms familie en vrienden steeds minder op bezoek komen - toch proberen er nog wat van te maken. Ze gaan door en tonen veerkracht, ondanks alles. Respect ook voor mensen die moedig hun levenseinde onder ogen zien, en kunnen loslaten."

Lege handen
“Het gevoel van machteloosheid, van met lege handen staan, ga ik niet missen. Maar ook dat zal ik weer tegen komen, al is dat in een verpleeghuis natuurlijk vaker. De dokter kan een pilletje geven tegen de pijn, maar ik kon er alleen maar zijn en luisteren. Het voelt dan niet alsof je veel doet, terwijl mensen aangeven dat dit voor hen zo belangrijk is. Dat er iemand is die tijd heeft om te luisteren en om die vragen te stellen die niemand anders durft. In verpleeghuizen is momenteel een grote transitie gaande en daar heb ik wel moeite mee. Dat je bij iedere bewoner moet noteren dat je op bezoek was en zo je tijd moet verantwoorden voor de zorgverzekeraar. Dat gaat zo in tegen alles waar het beroep (en ambtsgeheim) voor staat: menslievende zorg. Geld staat centraal en dat snap ik ook wel. Aan de andere kant kan ik keuzes in de zorg vaak niet begrijpen. Als ik dan zie waar ze het geld wel aan uitgeven, dat komt dan uit andere potjes…. En al die ervaren mensen die ontslagen worden, waar dan vrijwilligers voor terug komen. Die doen enorm hun best en ze zijn onmisbaar in het verpleeghuis, maar er is wel veel ervaringsdeskundigheid verdwenen. Dat lijkt me ook kapitaalvernietiging.”

Beginperiode
Henrieke gaat parttime werken (80%) in Dongen en Rijen en blijft in Breda wonen. “Ik ga eerst veel kennismakingsbezoeken afleggen en gesprekken voeren. Bij alle activiteiten die georganiseerd worden, wil ik ontdekken waar ik het meest nodig ben en waar ik daadwerkelijk iets kan toevoegen. Het hoeft niet allemaal door mij opgebouwd te worden, want ik spring op een rijdende trein. Mijn indruk tot nu toe van de gemeente is dat de mensen hartelijk, open, gemoedelijk, divers, soms problematisch, liturgisch bewust en trots zijn op hun kerk en De Ontmoeting. Samenwerking met de evangelischen, de katholieken, moslims, maar ook protestantse gemeenten in de omgeving juich ik toe. Overal geven we op onze eigen manier vorm aan het geloof en met behoud van onze eigenheid kunnen we samenwerken, in wederzijds respect.”

Gericht op esthetische
“Ik ben opgegroeid in de protestantse traditie en voel me heel erg thuis hierin: bij de mensen, in de historische kerkgebouwen, bij de liederen die we zingen, het orgel dat speelt en de poëzie die doorklinkt. Ik zie mezelf als een toegankelijke, hartelijke, enthousiaste en vriendelijke predikant, die erg gericht is op het esthetische van een dienst. Ik ben geen intellectueel of studeerkamergeleerde. Thuis ben ik moeder van twee dochters: Ottilie van veertien en Pippa van elf jaar. Ik ben getrouwd met Mart Erik Flipse, die opgegroeid is in Zeeland. Wij leerden elkaar in Leiden kennen. Na jarenlang gewerkt te hebben bij boekhandel Selexyz, is Mart nu alweer zo’n jaar of vijf leraar geschiedenis voor de eindexamenkandidaten op het Kellenbeek College in Roosendaal, een school voor VAVO. Hier krijgen (jong)volwassenen les op het niveau van mavo 4, havo 5 en vwo 6. Hij heeft het erg naar de zin hier.”

Vrije tijd
“Als ik tijd heb, speel ik op de vleugel. Ook hou ik van tuinieren, lezen, een beetje sporten en corresponderen met vrienden. Door te schrijven (via de e-mail) scherp ik mijn gedachten. Ook is het een oefening in taal. Daarnaast bezoek ik graag samen met vrienden tentoonstellingen en musea, zodat ik gevoed word. Het is verrijkend hoe kunst theologie aanvult. Zo was ik deze zomer onder de indruk van het werk van o.a. Claudette van de Rakt in het Breda’s Museum, in een project waar jongeren en kunstenaars samen kunst hadden gemaakt. Opvallend dat er in hun werk zoveel Bijbelse elementen terug te vinden waren. Verder ben ik lid van de Soroptimist International, club Breda, een serviceclub die zich met name inzet voor vrouwen en kinderen in minder bevoorrechte omstandigheden.

Er is geen drempel…
“Ik vind het belangrijk om niet alleen op de kerk gericht te zijn en me als predikant te laten zien. Als predikant ben je het visitekaartje van de kerk naar buiten toe. En dan zien ze toch een normaal iemand. Het klimaat in de samenleving is heftig momenteel en in dat klimaat kunnen we de zachte krachten van de kerk laten zien. De kerk is een eeuwenoud instituut en nog steeds van belang. En in die lijn van eeuwen, wil ik mijn steentje bijdragen. Ook al heeft u niets met geloof, dan nog hoop ik dat u denkt: ik ga eens kijken wat die mensen aan het doen zijn. Er is geen drempel. U kunt gewoon binnen komen….”