Reglement begraafplaats

  • Afdrukken

I




Reglement beheer
Protestantse begraafplaats

REGLEMENT

VOOR HET BEHEER

VAN DE BEGRAAFPLAATS

      VAN DE PROTESTANTSE GEMEENTE Dongen -Rijen


 


 


HOOFDSTUK 1 - ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

1. Dit reglement verstaat onder:

administrateur: degene die door het college van kerkrentmeesters is aangewezen voor het
verzorgen van de adm
inistratie van de begraafplaats.

algemeen graf"

een graf, bij beheerder in beheer, waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen
begraven van
lijken.

algemeen umenqrst:

een graf, bij de beheerder in beheer, waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het
doen b
ijzetten van as bussen met of zonder urn.

As bus: een bus ter berging van de as van een overledene.

beheerder: degene die door het college van kerkrentmeesters belast is met de dagelijkse leiding van
de begraafplaats of degene die
hem vervangt.

belanghebbende: de contactpersoon die bij het college van kerkrentmeesters bekend is in het kader
van de uitgifte van een algemeen graf
.

columbarium:

een verzameling van nissen, waarvan voor bepaalde tijd het uitsluitend recht is verkregen om
daarin urnen dan wel as bussen te doen bijzetten.

eigen (particulier) graf of ook wel familiegraf genoemd:

een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het
uits
luitend recht is verleend tot:

het doen begraven en begraven houden van lijken;

het doen bijzetten en bijgezet houden van as bussen met of zonder urnen;
het doen verstrooien van as.

eigen (particulier) umençrei:

een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het
uitsluitend recht is verleend tot
:

het doen bijzetten en bijgezet houden van as bussen met of zonder urnen;
het doen verstrooien van as
.

eigen (particulier) urnennis:

een nis waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het
doen bijzetten en b
ijgezet houden van as bussen met of zonder urnen.

gedenkteken: voorwerp op het graf voor het aanbrengen van opschriften of figuren, daaronder
begrepen kettingen en hekwerken
.

graf bedekking: gedenkteken en/of grafbeplanting.

grafbeplanting: blijvende en niet-blijvende beplanting welke door de rechthebbende op een graf
wordt aangebracht
.

grafrust(termijn) :

periode waarin een lijk niet opgegraven mag worden, behoudens toestemming van de bevoegde
autor
iteit.


I


particulier graf (eigen of familiegraf):

een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het
uitsluitend recht is verleend tot
:

het doen begraven en begraven houden van lijken;

het doen bijzetten en bijgezet houden van as bussen met of zonder urnen;
het doen verstrooien van as
.

rechthebbende: degene die een uitsluitend recht op een particulier graf heeft.

uitgiftetermijn (graftermijn): de termijn gedurende welke men het recht heeft een lijk te doen
begraven en begraven te houden
.

uitsluitend recht (of grafrecht) : het recht om gedurende een (on)bepaalde periode één of meer lijken
in het graf te doen begraven of begraven te houden
.

urn: een voorwerp ter berging van één of meer as bussen.

verstrooiingsplaats(of strooiveld): een plaats waarop as wordt verstrooid.

  1. Voor de toepassing van het bij of krachtens dit reglement bepaalde wordt, voor zover van belang
    onder "eigen graf' (= particulier graf) mede verstaan: eigen urnengraf, eigen urnennis en eigen
    verstrooiingsplaats; onder "algemeen graf' wordt mede verstaan: algemeen urnengraf
    .

Artikel 2

Beheer

Het beheer van de kerkelijke begraafplaats berust bij de Protestantse gemeente te
Dongen-Rijen, vertegenwoordigd door het college van kerkrentmeesters
.
Het college van kerkrentmeesters wijst een beheerder aan die de dagelijkse leiding over de
begraafplaats heeft
.

Artikel 3

Administratie

De administratie van de begraafplaats wordt gevoerd door de kerkrentmeesters of door een door het
college van kerkrentmeesters aangewezen administrateur
.

Bij de registratie van persoonsgegevens worden de vereisten van de Wet Bescherming
Persoonsgegevens in acht genomen
.

                  

Artikel 4-

Register

De kerkrentmeesters of de door hen aangewezen administrateur houd(t)(en) een register bij van alle op
de begraafplaats begraven lijken en bijgezette as bussen, met een nauwkeurige aanduiding van de
plaats waar zij begraven of bijgezet zijn en een plattegrond van de begraafplaats. In dit register worden
ook aangetekend de door het college van kerkrentmeesters reeds uitgegeven, maar nog niet gebruikte
particuliere graven
.

Het register en de plattegrond zijn openbaar en worden in tweevoud bijgehouden.

HOOFDSTUK 2 - OPENSTELLING, ORDE EN RUST OP DE BEGRAAFPLAATS

Artikel 5

Openstelling begraafplaats


  1. De begraafplaats is voor een ieder dagelijks toegankelijk gedurende de door het college van
    kerkrentmeesters bij nadere rege
    ls vast te stellen tijllege maakt deze tijden openbaar
    bekend.

Kinderen beneden 12 jaren hebben slechts toegang, indien zij zijn vergezeld van een
vo
lwassene.

  1. Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats kunnen de toegangen tijdelijk worden
    gesloten.
  2. Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats niet voor het publiek geopend is zich
    daarop te bevinden, anders dan voor het b
    ijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.
    1. Het is niet toegestaan honden op de begraafplaats toe te laten.

Artikel 6

Ordemaatregelen

  1. Het is aan steenhouwers, hoveniers en andere personen die werkzaamheden op de
    begraafplaats verrichten, verboden
    , anders dan met toestemming van of namens het college
    van kerkrentmeesters, werkzaamheden voor derde
    n aan grafbedekkingen op de begraafplaats
    te verr
    ichten. Deze toestemming kan mondeling worden gegeven.
    1. Het is verboden zonder noodzaak over de graven te lopen, beplantingen te beschadigen of
      bloemen te p
      lukken.
      1. Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de'
        begraafplaats hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid
        te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.
    2. Degenen die het in het tweede lid vermelde verbod overtreden of zich niet houden aan de in het
      d
      erde lid bedoelde aanwijzingen, moeten zich op eerste aanzegging van de beheerder van de
      begraafplaats verwijderen
      .

Artikel 7

  1. Dodenherdenkingen, ingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de
    begraafplaats moeten vi
    jf dagen tevoren worden gemeld aan het college van kerkrentmeesters
    onder opgave van datum en uur van de plechtigheid en de w
    ijze waarop de plechtigheid zal
    p
    laats vinden.
  2. De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid, moeten zich in het belang van de
    orde, rust en netheid houden aan de aanwijzingen van het college van kerkrentmeesters of de
    be
    h
  3. Bijeenkomsten op de begraafplaats, die het karakter van een openbare manifestatie hebben of
    naar het oordeel van het co
    llege van kerkrentmeesters zullen hebben, kunnen door het college
    van kerkrentmeesters worden verboden
    .

ArtikelS

Opgraven en ruimen

  1. Het opgraven van lijken en het ruimen van graven gebeurt door daartoe aangewezen
    professionele personen c
    .q gecertificeerde bedrijven.
  2. Andere personen is het niet geoorlij aanwezig te zijn behoudens schriftelijke
    toestemming van de beheerder. De behee
    rder en de eigenaar van de begraafplaats zijn niet
    aansprake
    lijk voor schade , van welke aard dan ook, die mocht opkomen aan personen die ter
    b
    ijwoning van het opgraven van lijken of het ruimen van graven op de begraafplaats aanwezig
    zijn
    .

-- ------,

HOOFDSTUK 3 - VOORSCHRIFTEN VOOR LIJKBEZORGING

Artikel 9


I


Kennisgeving van begraven en as bezorging, openen en sluiten van het graf

  1. Degene, die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan
    uiterlijk twee dagen voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal p
    laats
    v
    inden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze
    bepaling niet als werkdag
    . Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36
    uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden
    gedaan.

*2.       Op de kist of op het omhulsel van het lijk wordt een registratienummer aangebracht, dat
correspondeert met het nummer, vermeld op een bijgevoegd document dat tevens de namen, de
datum van geboorte en overlijden van de overledene dan wel de ges
lachtsnaam van de
doodgeborene bevat
, nadat is vastgesteld dat het document betrekking heeft op het lijk .

. ~ 3. Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat de beheerder van de begraafplaats heeft
vastgesteld dat het op de kist of het omhulsel vermelde registratienummer overeenkomt met
het nummer verme
ld op het document als genoemd in lid 2.

  1. Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een
    graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend gesch
    ieden door de medewerkers
    van de begraafp
    laats dan wel door degenen die met deze werkzaamheden zijn belast, . De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder
    toezicht van de beheerder geheel of gedee
    ltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk
    om 12
    .00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben
    kenbaar gemaakt
    . De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij
    dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen
    .

Artikel 10

Over te leggen stukken

  1. Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven of de bezorging van
    as is overgelegd aan de beheerder
    .
    1. Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaats vinden, dient een
      machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of,
      indien deze is overleden
      , door degene die in de uitvaart voorziet.
    2. Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum
      grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaats vinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn
      met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de
      wettelijke minimum grafrusttermijn van 10 jaren
      . De verlenging dient te worden aangevraagd door de
      rechthebbende of
      , indien deze is overleden, door een van de andere personen, genoemd in artikel
      15, tweede lid
      .
    3. Een bewijs van betaling van de grafrechten voor de eerste periode dat het graf resp. urnengraf
      uitgegeven is
      .
    4. De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken volledig en juist zijn.

Artikel 11

Tijden van begraven en as bezorging

  1. Op zondagen, christelijke of algemeen erkende feestdagen, wordt geen gelegenheid gegeven tot
    begraven en bezorgen van as, tenzij de burgemeester een van de normale termijn afwijkende
    termijn voor begraving of crematie heeft gesteld of het college van ke
    rkrentmeesters hiervoor toe-
    - stemming heeft verleend.

2. Op de overige dagen zijn de tijden van begraven en het bezorgen van as:

                op werkdagen van 8.00 uur tot 18.00 uur

                op zaterdag van 9.00 uur tot 18.00 uur.

Kerkrentmeesters kunnen in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.

HOOFDSTUK 4 - DE GRAVEN EN GRAFRECHTEN

Artikel 12


Soorten graven en termijnen

  1. Op de begraafplaats kunnen worden onderscheiden:
    1. particuliere graven en particuliere urnengraven
    2. grafkelders
    3. particuliere urnennissen
    4. verstrooiingsplaatsen (strooivel
  2. algemene graven en algemene urnengraven
    f
    . algemene nissen.

Artikel 13

Particulier graf

  1. Een uitsluitend recht op een graf kan alleen schriftelijk worden gevestigd. Door het college van
    kerkrentmeesters wordt een akte van grafuitgifte opgemaakt
    .
    1. Het college van kerkrentmeesters bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken en hoeveel
      as bussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet
      in de particuliere graven en hoeveel
      verstrooi
      ingen van as er op of in de particuliere graven kunnen plaatshebben.
    2. Het college bepaalt tevens de afmetingen en de uitgifteduur van de particuliere graven. Voor
      particul
      iere geldt een minimumtermijn van 15 jaren en zal niet langer zijn dan 30 jaren.
    3. In de akte van grafuitgifte wordt vermeld welk graf is uitgegeven tegen welke prijs en voor welke
      termijn.
    4. De rechthebbende op het graf ontvangt een exemplaar van de akte van grafuitgifte.

Artikel 14

Algemeen graf

  1. Voor algemene graven geldt een grafrusttermijn van 15 jaren.
  2. Ten minste twaalf maanden voor het verstrijken van de termijn van uitgifte van een algemeen graf
    doet het co
    llege van kerkrentmeesters daarvan schriftelijk mededeling aan de belanghebbende bij
    dat graf wiens ad
    res hem bekend is.

Artikel 15

Verstrijking en verlenging termijn particulier graf

  1. De rechthebbende van een particulier graf waarop een uitsluitend recht is gevestigd voor bepaalde
    tijd kan verzoeken deze termijn te verlengen
    . Het uitsluitend recht op een graf wordt op verzoek van
    rechthebbende na verstrijking van de u
    itgiftetermijn verlengd, mits het verzoek gedaan is binnen
    twee jaren voor het verstrijken van de termijn. De verleng
    ing geschiedt telkens voor tenminste 5 jaar
    en niet langer dan 20 jaren
    .
  2. Het college van kerkrentmeesters doet binnen een jaar na de aanvang van de termijn waarin
    verleng
    ing van het recht kan worden verzocht, aan de rechthebbende wiens adres hem bekend is,
    schriftel
    ijk mededeling van het verstrijken van de termijnen van het bepaalde in lid 1.
  3. Indien niet binnen drie maanden na verzending van de mededeling, bedoeld in lid 2, lenging
    van het recht is verzocht
    , maakt het college van kerkrentmeesters de mededeling bekend bij het graf
    en bi
    j de ingang van de begraafplaats. De aankondiging blijft beschikbaar tot het einde van de
    periode waarvoor het recht op een particulier graf was gevest
    igd.

Artikel 16

Overschrijving van verleende rechten

  1. Het uitsluitend recht op een graf resp. urnenplaats of urnennis kan op schriftelijk verzoek van de
    rechthebbende worden overgeschreven ten name van de echtgenoot of levenspartner dan wel een
    bloedverwant tot en met de derde graad
    . Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name
    van anderen dan de hiervoor genoemden, is slechts mogelijk,
    indien daarvoor gewichtige redenen
    bestaan.
  2. Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht worden overgeschreven op naam van de
    echtgenoot of levenspartner dan wel een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad, mits het
    verzoek hiertoe schriftel
    ijk wordt gedaan binnen twee jaar na het overlijden van de rechthebbende.


Overschrijving ten name van anderen, is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen
bestaan.

  1. Indien binnen de in lid 2 gestelde termijn geen verzoek tot overschrijving is gedaan, kan het college
    van kerkrentmeesters het recht vervallen verklaren.

Artikel 17

  1. Van iedere overboeking van het recht op een graf wordt aantekening gehouden in het in artikel 4
    genoemde register.
  2. De rechthebbende krijgt een bewijs van overboeking.

Artikel 18

Grafkelder

Het college van kerkrentmeesters kan aan de rechthebbende op een particulier graf, indien daartoe de
mogelijkheden aanwezig zijn, vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen
van een grafkelder overeenkomstig de door het college van kerkrentmeesters te stellen voorwaarden.

Artikel 19

Afstand doen van graven, urnenplaatsen en urnennissen

Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding, kan de rechthebbende schriftelijk afstand
doen van zijn recht ten behoeve van het college van kerkrentmeesters
. Van de ontvangst van zodanige
verklaring zenden kerkrentmeesters een schriftelijke bevestiging aan de rechthebbende
.

HOOFDSTUK 5 - GRAFBEDEKKINGEN

Artikel 20

Toestemming grafbedekking

  1. Voor het hebben van een grafbedekking is schriftelijke toestemming nodig van het college van
    kerkrentmeesters.
  2. Het college van kerkrentmeesters kan in een uitvoeringsbesluit nadere regels vaststellen over de
    wijze van aanvragen van toestemming, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze
    van aanbrengen
    .
    1. Het college van kerkrentmeesters kan de toestemming weigeren of intrekken indien:
      1. niet voldaan wordt aan de eventueel door hen vastgestelde nadere regels als bedoeld in lid 2;
      2. de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;
      3. de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;
      4. de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.
      5. Toestemming voor het hebben van een grafbedekking voor particuliere graven moet worden       aangevraagd door en wordt gesteld op naam van de rechthebbende op de grafruimte. Bij overschrijving
        van dat recht wordt de als dan ingeschreven rechthebbende beschouwd als de houder van de
        toestemming.

Toestemming voor het hebben van een grafbedekking op algemene graven wordt gesteld op naam
van de belanghebbende die dit verzoekt
. Bij overlijden van de houder van de toestemming wordt de
toestemming gesteld op naam van de belanghebbende die zich binnen twee jaar na het overlijden
daartoe aanmeldt
.

Artikel 21

Grafbeplanting

1. Niet-blijvende beplantingen op een graf die in een verwaarloosde staat verkeren kunnen door



degene die belast is met de dagelijkse leiding op de begraafplaats worden verwijderd zonder dat
aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoed
ing. Losse bloemen, planten, kransen en
d
ergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke
voorwerpen worden ged
urende drie maanden ter beschikking gehouden van de rechthebbende
ind
ien deze daartoe tevoren een mondeling of schriftelijk verzoek heeft gedaan bij de beheerder.

2 Beplanting die niet op het graf is geplaatst, is eigendom van de beheerder van de begraafplaats en
kan verw
ijderd worden zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding.

Artikel 22

Verwijdering grafbedekking

  1. De grafbedekking kan na het verstrijken van de graftermijn door het college van kerkrentmeesters
    worden verw
    ij
    1. Ingeval van kennelijke verwaarlozing van het onderhoud van een particulier graf, kan het college van
      kerkrent
      meesters, voor zover de plicht van onderhoud van de grafbedekking niet bij hem ligt, deze
      verwaarloz
      ing in een schriftelijke verklaring vastleggen en toezenden aan rechthebbende.
      Rechthebbende dient binnen één jaar na ontvangst daarvan in het onderhoud te voorzien.
    2. Indien de ontvangst van de verklaring, als genoemd in lid 2, niet bevestigd wordt, maakt het college
      van ke
      rkrentmeesters de verklaring bekend bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats,
      gedurende een periode van v
      ijf jaar dan wel totdat in die peri.
    3. Wanneer toepassing is gegeven aan het gestelde in de hiervoor genoemde leden 2. en 3. en niet
      alsnog in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf op het moment dat de
      per
      iijf jaar, bedoeld in de hiervoor genoemde leden 2. en 3., is verstreken.
    4. Als het recht op een graf nog geen twintig jaar is gevestigd op het moment dat de periode, bedoeld
      in lid 3. is verstreken, blijft de bekendmaking in stand totdat de periode van twintig jaar is verstreken
      dan we
      l totdat in die periode in het onderhoud is voorzien. Indien niet voordien in het onderhoud van
      het graf
      is voorzien, vervalt het recht op het graf zodra de termijn van twintig jaar is verstreken.
    5. De grafbedekking vervalt aan de beheerder van de begraafplaats indien:
      1. geen verzoek op grond van lid 3 is ingediend;
      2. de grafbedekking niet binnen drie maanden nadat deze van het graf is verwijderd, is afgehaald.

HOOFDSTUK6 - ONDERHOUD

Artikel 23

Onderhoud door het college van kerkrentmeesters

  1. Ten einde de kosten van aanleg, instandhouding en onderhoud van de begraafplaats en de graven,
    waarin door kerk
    rentmeesters wordt voorzien, te dekken, worden rechten geheven volgens de bij dit
    beheersreg
    lement behorende tarieven lijst, die jaarlijks kan worden herzi
  2. Het college van kerkrentmeesters belast zich met het onderhoud van de begraafplaats, waaronder
    wordt verstaan het onderhoud aan gebouwen en paden, het maa
    ien van het gras, het verzorgen van
    de a
    lgemene beplanting en de watergangen e.d.
  3. Het college van kerkrentmeesters belast zich tevens met het algemene onderhoud van de graven,
    waar
    1. snoeien van de blijvende grafbeplanting en
    2. schoonhouden van gedenktekens en het opnieuw stellen na verzakking van gedenktekens,
      voor zover dit niet als steenhouwerswerkzaamheden is aan te merken.
    3. Het college van kerkrentmeesters accepteert geen aansprakelijkheid voor schade, door welke
      oorzaak ook ontstaan aan de grafbedekking of
      ieder ander voorwerp dat zich op het graf bevindt.

Artikel 24

Onderhoud door de rechthebbende


  1. De rechthebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen,
    waaronder wordt verstaan het algemene onderhoud als bedoeld in artikel 23 lid 3, zoals
    steenhouwerswerkzaamheden (herstel en vernieuwing), onderhoud aan hekwerken en           afscheidingen e.d., het kleuren en bijwerken van opschriften en het verzorgen van graf tuintjes en niet-
    blijvende grafbeplanting.
  2. Schade aan de grafbedekking als bedoeld in artikel 23 lid 4 komt voor rekening van de
    rechthebbende.
    1. Indien de rechthebbende nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, en
      daardoor een risico ontstaat van schade aan derden
      , kan het college van kerkrentmeesters met
      inachtneming van het gestelde in lid 4 de grafbedekking geheel of gedeeltelijk doen verwijderen. Het
      verwijderde blijft gedurende drie maanden ter beschikking van de rechthebbende en vervalt daarna
      ,
      met inachtneming van het bepaalde in lid 4, aan de Hervormde gemeente, zonder dat deze tot enige
      vergoeding verplicht is.
    2. Tenzij sprake is van een acuut risico, zulks uitsluitend ter beoordeling van het college van
      kerkrentmeesters, vindt de verwijdering niet plaats dan nadat drie maanden zijn verstreken nadat de
      rechthebbende per aangetekend schrijven met bericht van ontvangst is aangemaand tot onderhoud
      of herstel van de grafbedekking
      . Als het adres van de rechthebbende niet meer bij de burgerlijke
      gemeente bekend is, vindt de vermelde aanmaning plaats op het mededel
      ingenbord van de
      begraafplaats. Bij het graf wordt een verwijzing naar deze aanmaning aangebracht
      .

HOOFDSTUK 7 - RUIMING VAN GRAVEN

Artikel 25

  1. Met inachtneming van de Wet op de lijkbezorging en overige toepasselijke regelgeving kan de
    beheerder van de begraafplaats graven doen ruimen
    , mits dit gebeurt door daartoe gekwalificeerde
    personen c
    .q. gecertificeerde bedrijven. Ruiming van een particulier graf kan niet, dan met
    toestemming van de rechthebbende op dat graf
    .
  2. Het voornemen van de beheerder om een particulier graf te ruimen, gebeurt door middel van het
    plaatsen van een bordje bij het te ruimen graf. Plaatsing daarvan geschiedt gedurende tenminste
    een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden
    .
  3. Van het voornemen tot ruiming wordt aan rechthebbende schriftelijk mededeling gedaan bij het bij
    de beheerder van de begraafplaats bekend zijnde adres van rechthebbende.
    1. De bij de ruiming van het particuliere graf nog aanwezige overblijfselen van lijken worden
      herbegraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde, afgesloten gedeelten van
      de begraafplaats(en)
      . Hierbij dient de nodige zorgvuldigheid en piëteit in acht te worden genomen.
    2. De rechthebbende op een particulier graf kan de beheerder schriftelijk verzoeken om de
      overblijfselen te doen verzamelen om deze weer in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om
      deze elders te doen herbegraven.
    3. Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf, kunnen gedurende de in
      het tweede lid bedoelde termijn, de beheerder schriftelijk verzoeken bij ruiming de overb
      lijfselen,
      indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor her begraving elders
      .

Nabestaanden van een overledene waarvan een as bus al of niet met een urn is bijgezet in een
algemeen graf, kunnen de beheerder vragen om deze ter beschikking te houden voor her begraving
of verstrooiing elders.

HOOFDSTUK 8 -IN STAND TE HOUDEN HISTORISCHE GRAVEN
EN OPVALLENDE GRAFBEDEKKING

Artikel 26

Lijst

  1. Het college van kerkrentmeesters houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of
    waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft
    .
  2. Alvorens tot ruiming van graven over te gaan, . genoemde lijst te worden bijgeschreven.
    1. Het college van kerkrentmeesters beslist in overleg met de kerkenraad over het ruimen van graven
      en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.


HOOFDSTUK 9 - KLACHTEN

Artikel 27

  1. Rechthebbenden en andere bij de begraafplaats belanghebbende personen en leden van de
    Protestantse gemeente kunnen omtrent feitelijke handelingen betreffende de begraafplaats of het
    nalaten daarvan bij het college van kerkrentmeesters een schriftelijke klacht indienen.
  2. Het college van kerkrentmeesters beslist binnen dertig dagen na ontvangst van de klacht. Het
    college kan deze termijn met ten hoogste dertig dagen verlengen.
  3. Het college van kerkrentmeesters brengt de beslissing omtrent de klacht terstond schriftelijk ter
    kennis van de klager
    .

HOOFDSTUK 10 - OVERGANGSBEPALINGEN EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 28

                                                                                         Dit reglement treedt in werking op 1 april 2015

Alsdan vervallen de voordien bestaan hebbende voorschriften en bepalingen op dit gebied, behoudens
eerbiediging van rechten, verkregen voor de inwerkingtreding van dit reglement
, voor zover niet in strijd
met de wettelijke bepalingen.

Artikel 29

  1. Ingeval van verschil over de toepassing van dit reglement en in alle gevallen waarin het reglement
    niet voorziet, beslist het college van kerkrentmeesters.
  2. Wijziging van dit reglement kan plaats vinden door het college van kerkrentmeesters.

Aldus vastgesteld op 31 maart 2015

Namens de Protestantse gemeente te  Dongen - Rijen

Het college van kerkrentmeesters:

, voorzitter  Frank Verlinde

, secretaris  Jan Vellinga


TOELICHTING OP ENKELE BEPALINGEN

Algemeen

De wijzigingen die in juni 2009 in de Wet op de lijkbezorging zijn ingevoerd, maakten het nodig dat het
mode
lreglement voor het beheer van een kerkelijke begraafplaatsen van de Vereniging voor
Kerkrentmees
terlijk Beheer herzien werd.

Het model is zo opgezet dat aanpassing aan de plaatselijke situatie eenvoudig kan plaats vinden, veelal
door weg te
laten wat voor de betrokken gemeente niet van toepassing is. Daarbij dient wel te worden
bedacht dat de wet een aanta
l zaken dwingend regelt, d.w.z. dat daarvan niet afgeweken kan worden.
Een plaatselijke aanpassing van het model kan daarom niet willekeurig plaats vinden.

Wettelijke voorschriften liggen o.a. ten grondslag aan bepalingen met betrekking tot:
het register (art.4);

registratienummer (art.9, 2e en 3elid);

over te leggen stukken (art. 1 0, 1 e lid);  
minimum termijn particulier graf (art.12, 2e lid);,
schriftelijk vestigen recht particulier graf (art.13, 1 e lid);

recht op verlenging met minimaal 5 en maximaal 20 jaren (art.14, lid 1); ~
minimale grafrusttermijn van 10 jaren in verband met ruimen van graven (art. 25) ..

Bij twijfel kan het advies van de Vereniging voor Kerkrentmeesterlijk Beheer worden ingewonnen.

Artikel 1, 2e lid

Crematie en de kerkelijke begraafplaats

Hoewel de kerkelijke gemeenten geen crematoria exploiteren, krijgen de beheerders van kerkelijke
begraafplaatsen
in toenemende mate te maken met de bezorging van de as van overledenen.

Na verbranding moet de as van de overledene worden geborgen in een bus. Deze moet hermetisch zijn
gesloten. Op de bus moeten de naam en voorletters van de overledene alsmede een registrat
ienummer
zi
jn vermeld. De as bus kan worden geplaatst in een bewaarplaats bij het crematorium.

Een andere mogelijkheid is echter, en daar begint de betrokkenheid van de kerkelijke begraafplaatsen,
om de as bus in of op een graf te plaatsen of elders op de begraafplaats. Hierbij is te denken aan een
no
rmaal graf, een urnengraf of een urnennis. Ook kan de wens bestaan de as op de begraafplaats te
verstrooien op het strooive
ld of op of in een particulier graf.

Het college van kerkrentmeesters zal moeten overwegen en besluiten welke mogelijkheden men op de
k
erkelijke begraafplaats wil openen. Het volledige pakket aan mogelijkheden bestaat uit:

bijzetting as bus in een bestaand particulier graf;

in een particulier urnengraf;

in een sierurn in een urnentuin;

in een open of gesloten nis in een columbarium (urnenmuur);
verstrooiing in een bestaand particulier graf;

in een particulier urnengraf; en

op het strooiveld van de begraafplaats.

De houder van de bewaarplaats moet een openbaar register bijhouden van de daarin bijgezette
as bussen
. Bij opheffing van de bewaarplaats wordt het register overgebracht naar het gemeentearchief.

Ten aanzien van verstrooiing zegt de wet dat dit uitsluitend op een permanent daartoe bestemd terrein
of in open zee mag geschieden (bestemd heeft hier geen relatie met het bestemmingsplan)
. Voldoende
is dat het terrein voor de verstrooiing van as wordt gebruikt
. Het terrein kan tevens een andere
bestemming hebben. Ook kan verstrooi
ing in een graf plaatsvinden. De verstrooiing geschiedt onder de
verantwoordelijkheid van de houder van de begraafplaats
.


I


Artikel 2

Het beheer van de kerkelijke begraafplaats berust bij de kerkelijke (= hervormde gemeente of
protestantse gemeente) vertegenwoordigd door het college van kerkrentmeesters
.

Voor deze constructie is gekozen omdat ordinantie 11 bepaalt dat de verzorging voor de
vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente toevertrouwd is aan het college van
kerkrentmeesters.

Artikel 2 lid 7b van ordinantie 11 van de kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland, noemt het
beheren van de goederen van de gemeente. Deze taak oefent het college van kerkrentmeesters, met
inachtneming van de kerkorde, zelfstandig uit
.

Artikel 3

De Wet op de lijkbezorging (Wlb) spreekt in artikel 27 over de houder van een begraafplaats. De houder
van de begraafplaats dient een persoonsregistratie bij te houden. De houder van een kerkelijke
begraafplaats zal het col
lege van kerkrentmeesters zijn.

Artikel 4

Artikel 27 van de Wlb geeft deze voorschriften.

In de wet wordt niet gesproken over een plattegrond. In veel modellen wel. Het lijkt ook bijzonder handig
om dit wel op te nemen in dit artikel om daarmee duidelijkheid te kunnen geven aan een rechthebbende
waar begraven of bijgezet is.

Artikel 27 lid 2 Wlb bepaalt dat het register openbaar moet zijn.

Niet is voorgeschreven dat dit register in tweevoud wordt bijgehouden. De toelichting zegt echter:

"de verplichting om een register bij te houden rust op de beheerders van zowel gemeentelijke als
bijzondere begraafplaatsen
. Bij opheffing van een gemeentelijke begraafplaats blijft het register reeds op
grond van de archiefwetgeving onder beheer van de gemeente; voor bijzondere begraafplaatsen geeft
het derde lid de regel dat het register bij opheffing van de begraafplaats wordt overgebracht naar de
gemeente, ongeacht
of de eigenaar van de bijzondere begraafplaats de beschikking heeft over een
eigen archief Het is niettemin aan te bevelen dat het kerkgenootschap
of andere eigenaar van de
opgeheven begraafplaats zelf ook een afschrift van het register bewaart
of in een centraal kerkelijk
archief deponeert'.

Het register kan ook als een geautomatiseerd bestand worden bijgehouden. Een goed gedisciplineerd
bestandsbeheer (regelmatige back-up en gescheiden en veilige opberging) is vanzelfsprekend nodig
.
Het is te allen tijde raadzaam - o.a. met het oog op het ter inzage kunnen geven van het register - ook
een b.V. eenmaal per jaar te vernieuwen schriftelijke uitdraai ter beschikking te hebben.

Artikel 5

De uren van openstelling moeten met het oog op de plaatselijke situatie en de mogelijkheden van de
organisatie worden bepaald
. In het model wordt ervan uitgegaan dat de begraafplaats dagelijks (dus ook
op zaterdag en zondag) toegankelijk is. Dit is zowel in het belang van de nabestaanden als ten behoeve
van een ruimer publiek gewenst
. Dit stelt uiteraard eisen aan de organisatie, zoals een goede regeling
van opening en sluiting
, het toezicht, duidelijke aanwijzingen bij de ingang, het ter inzage geven van het
grafregister
, enz. Een mededelingenbord met ruime informatie bij de ingang van de begraafplaats is
nodig. Ook voor het doen van andere mededelingen (verlenging grafrechten, ruiming van graven) is een
dergelijk bord gewenst
.

Artikel 6

Steenhouwers en hoveniers moeten zich er steeds van bewust zijn dat hun werkzaamheden storend
kunnen zijn voor rouwende nabestaanden
. De bevoegdheid van de beheerder om personen weg te


sturen als zij zich niet aan zijn aanwijzingen en de overige verbodsbepalingen houden, bieden
voldoende mogelijkheden om tegen ongewenste activiteiten te kunnen optreden.

Artikel 7

Met dit artikel wordt beoogd om plechtigheden ordelijk te doen verlopen. Door te eisen dat de
mededeling vijf dagen vooraf moet plaats hebben
, kan worden voorkomen dat de plechtigheid samenvalt
met een begrafenis. Een begrafenis moet volgens de wet uiterlijk op de vijfde dag na overlijden
geschieden.

Bijeenkomsten die het karakter van een plechtigheid te buiten gaan kunnen het karakter hebben van een
openbare manifestatie
. Hiervan moet vooraf kennis worden gegeven aan de burgemeester volgens de
Wet op openbare manifestaties (Staatsblad 1968, nr.157). Een zelfstandige bevoegdheid van het college
van kerkrentmeesters om een manifestatie op de kerkelijke begraafplaats te verbieden
is in dit artikel
opgenomen.

Artikel 8

De aard van de werkzaamheden bij het opgraven en ruimen van graven, hetzij door gekwalificeerde
personen dan wel door daartoe gecertificeerde bedrijven
, brengt met zich mee dat het bezwaarlijk is om
toe te staan dat anderen hierbij aanwezig zijn
. Opgraven en ruimen van graven dient mede uit het
oogpunt van piëteitsoverwegingen en zorgvuldigheid
, door deskundigen te worden uitgevoerd.

Artikel 9

In artikel 8 van de Wet op de lijkbezorging is geregeld het vastleggen van de identiteit van de
overledene. Daarin is bepaald dat
, voordat de kist of het andere omhulsel van het lijk wordt gesloten, de
kist of het omhulsel wordt voorzien van een registratienummer
. Tot begraving wordt niet overgegaan dan
nadat de houder van de begraafplaats heeft vastgesteld dat het op de kist of et omhulsel vermelde
registratienummer overeenkomt met he
t nummer vermeld op het document dat tevens de namen,
overlijdens- en geboortedatum van de overledene bevat.

Het komt tegenwoordig weer meer voor dat nabestaanden zelf bepaalde handelingen bij de begrafenis
willen verrich
ten, b.v. het openen en sluiten van het graf en het laten zakken van de kist. Hieraan kan
worden tegemoetgekomen, mits de aanwijzingen en de hulp van het personeel van de begraafplaats
worden aanvaard, ook om redenen van veiligheid
, in het bijzonder bij het openen en sluiten van het graf.
De werkzaamheden kunnen door de nabestaanden en het personeel van de begraafplaats samen
worden verricht
. De nabestaanden kunnen b.v. een begin maken. Vervolgens kan het personeel de
handelingen verrichten waar ervaring voor nodig is of die van de nabestaanden te zware lichamelijke
inspann
ing vragen.

Artikel 10

Het gebeurt regelmatig dat in particuliere graven begravingen, bijzettingen of as bezorging plaatsvinden
betrekkelijk kort voor het aflopen van de uitgiftetermijn. Daarom is vastgelegd dat in dergelijke geval
len
begrav
ing of bijzetting alleen kan plaats vinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn.

Artikel 12

Graven kunnen worden onderscheiden in algemene graven en graven waarop een uitsluitend recht is
gevestigd, de z
.g. particuliere graven.

Sinds de herziening van de Wet op de lijkbezorging in juni 2009, zegt de Wlb ook iets over algemene
graven
.

De houder van een particulier graf - de eigendom berust evenals bij algemene graven bij de eigenaar
van de begraafplaats - heef
t het recht gedurende een onbepaalde of bepaalde periode één of meer
lijken in het graf te doen begraven of begraven te houden.

Indien het recht voor onbepaalde tijd is verleend, vervalt het recht alleen indien de rechthebbende er
afstand van doet of, wanneer het onderhoud is verwaarloosd en de voorgeschreven p
rocedure is
gevolgd.


Als een grafrecht is gevestigd voor onbepaalde tijd met volledige afkoop van het onderhoud door
rechthebbende, waardoor het college van kerkrentmeesters eeuwigdurend met het onderhoud is belast,
wordt het moeilijker. Met name als er van de kant van de rechthebbende noch in de betaling van de
afkoopsom noch in andere zin enige nalatigheid bestaat
. Juridisch kan men hier eigenlijk alleen afkomen
door het sluiten van een overeenkomst met erfgenamen. Maar als die nu niet meer te vinden zijn?

Als na een zorgvuldige zoektocht geen rechthebbende meer te vinden is of komt opdagen, kan men de
grafbedekking, als die aanwezig
is, verwijderen. Let wel, dit is een praktische oplossing die alleen
toegepast kan worden als er uit ee
n oogpunt van exploitatie (b.v. herinrichting of sluiting en opheffing
van de begraafplaats) een noodzaa
k is om het graf te ruimen.

Geadviseerd wordt geen nieuwe rechten voor onbepaalde tijd meer te vestigen, maar de uitgifteduur te
beperken tot 20 jaren. Het recht dat verleend is voor bepaalde tijd wordt op verzoek verlengd, doch
telkens voor niet langer dan minimaal 5 en maximaal 20 jaar. Dit is ter keuze van het college van
kerkrentmeesters.

Geadviseerd wordt de termijn van het begraven doen houden van lijken in algemene graven te stellen op
15 jaren
. Dit impliceert dat ook niet eerder dan na 15 jaren tot ruiming kan worden overgegaan. Dit
advies is gebaseerd op piëteitsoverwegingen, maar ook op de omstandigheid dat het nogal eens
voorkomt dat het verteringsproces niet eerder is voltooid. Wil men toch een kortere termijn dan kan men
terugvallen op de wettelijke minimum grafrusttermijn van 10 jaren
.

Artikel 13

Het recht op een graf kan uitsluitend schriftelijk worden gevestigd. Er moet een akte van grafuitgifte
worden opgemaakt
. Het ligt voor de hand dat de rechtverkrijgende op het graf een exemplaar krijgt van
de akte van grafuitgifte, hoewel de wet dit niet voorschrijft
. De houder van de begraafplaats behoort te
vermelden welk graf prec
ies is uitgegeven, voor welke termijn en tegen welk tarief.

Artikel 15

Het uitsluitend recht op een graf, dus een particulier graf, kan op verzoek van de rechthebbende worden
overgeschreven op een ander.

Het is gewenst de kring van nieuwe rechthebbenden te beperken, omdat schaarste aan eigen graven op
de begraafplaats kan leiden tot het "opkopen" van graven door willekeurige derden.

Artikel 15 lid 2 geeft een termijn aan. Als binnen twee jaar geen verzoek tot verlenging is gedaan, vervalt
het recht aan het college van kerkrentmeesters. Geadviseerd wordt om in de praktijk soepel om te gaan
met deze vervaltermijn.

Artikel 20

De wet geeft geen expliciete bepalingen voor grafbedekkingen. Dit zal dus geregeld dienen te worden in
dit reglement
.

Met name de bepalingen omtrent de afmetingen van de grafmonumenten dient men plaatselijk vast te
stellen.

Artikelen 23 en 24

Het aanzien van de begraafplaats vereist een goed onderhoud. Dit onderhoud is te onderscheiden in:

  1. het algemene onderhoud van de begraafplaats: lanen, paden, afwateringen, maaien van het gras,
    snoeien van beplantingen, zorg voor gebouwen, toegangen enz.
  2. het onderhoud van de graven:
    1. het eenvoudige algemene onderhoud: het snoeien van blijvende grafbeplanting, het opnieuw
      stellen na verzakking en het schoonhouden van de grafbedekking;



b. het meer ingrijpende bijzondere onderhoud: steenhouwers (herstel- en vernieuwings-)
werkzaamheden, onderhoud aan hekwerken e
.d., het kleuren en bijwerken van opschriften en het
verzorgen van graftuintjes en niet-blijvende grafbeplanting.

Het onder 1. bedoelde algemene onderhoud geschiedt vanzelfsprekend door het college van
kerkrentmeesters
. De kosten worden in de tarieven verdisconteerd.

De verplichting tot het onder 2.b vermelde bijzondere onderhoud wordt doorgaans bij de toestemming
voor het oprichten en hebben van het grafmonument opgelegd aan de rechthebbende
. Het gaat hier om
het niet-periodieke onderhoud. Als sancties op het niet nakomen van deze verplichting gelden:

  1. de bevoegdheid van kerkrentmeesters zonder voorafgaande kennisgeving te verwijderen:
    1. verwelkte of ernstig beschadigde bloemen, kransen, takken e.d.
    2. al hetgeen zonder toestemming aanwezig is;
    3. de bevoegdheid van kerkrentmeesters na voorafgaande kennisgeving en het inachtneming van een
      redelijke termijn tot het verwijderen van de grafbedekking bij nalatigheid in het behoorlijk
      onderhouden en herstellen daarvan.

Het onder 2.a bedoelde eenvoudige en periodieke onderhoud bepaalt in hoge mate mede het aanzien
van de begraafplaats. De ervaring leert dat het opleggen van dit onderhoud aan de rechthebbende in de
praktijk in vele gevallen - zeker na verloop van een aantal jaren - niet goed werkt
. Verwaarlozing is het
gevolg. Het hiervoor kiezen van de sanctie van verwijderen van de grafbedekking is vaak te zwaar en
werkt ook niet positief op het aanzien van de begraafplaats.

Daarom wordt in veel (burgerlijke en kerkelijke) gemeenten gekozen voor het uitvoeren van dit
onderhoud door de beheerder van de begraafplaats
, uiteraard met doorberekening van de kosten aan
de rechthebbende. Het algemeen aanzien en het ruimere gebruik van de begraafplaatsen o.a
. als
element in de groenstructuur van stad of dorp en de - op termijn - falende eigen verantwoordelijkheid
van nabestaanden maken het inslaan van deze weg noodzakelijk
. Het kan zelfs aanbeveling verdienen
het bijwerken van grafinscripties (het ophalen van kleur b
.v.) daarin mede op te nemen.

Het financieel aspect vereist een goede regeling. De kosten van dit onderhoud bedragen thans (2009)
circa
35,-- per grafbedekking (liggende steen) per jaar. Dit kan in de tarieven lijst worden opgenomen
en bij de toestemming voor het oprichten van de steen als voorwaarde worden opgelegd
. In verband met
de voortschrijdende inflatie zal dit tarief jaarlijks moeten worden aangepast aan de gestegen kosten. De
toestemming zal daarom zodanig moeten luiden dat jaarlijks een aangepast (hoger) bedrag in rekening
kan worden gebracht
.

De praktische problemen bij het innen van deze jaarlijkse bedragen zijn:

  1. de kosten aan de inning verbonden (factureren, boeken, invorderen enz.);
    1. de problemen die na verloop van jaren ontstaan (b.v. zodra beide echtgenoten zijn overleden) om
      van nabestaanden (kinderen, broers of zusters) het bedrag voor de onderhoudskosten binnen te
      krijgen
      .

Daarom bevelen wij aan de afkoop van deze onderhoudskosten voor oude gevallen nadrukkelijk als
mogelijkheid in de tarievenlijst op te nemen en voor nieuwe gevallen zelfs afkoop verplicht te stellen door
voor het verkrijgen van de toestemming voor het aanbrengen van een grafbedekking een recht te heffen,
waarin is begrepen het onderhoud door de kerkrentmeesters gedurende de eerste termijn van uitgifte.
De ontvangen afkoopsommen zal men dan natuurlijk in een onderhoudsfonds moeten storten, waarop
jaarlijks rente wordt bijgeschreven en waaruit vervolgens het jaarlijks onderhoud wordt betaald
.

Het is moeilijk greep te krijgen op oude gevallen en het vraagt ook (lange) tijd. Om verwaarloosde
grafbedekkingen, waar de onderhoudsplicht op de rechthebbende rust, in een betere
onderhoudstoestand te krijgen zal men de volgende instrumenten hanteren:

  1. aanschrijving en overleg;
  2. ;
  3. betere op modeme leest geschoeide regeling van deze zaak ter gelegenheid van verlenging van
    rechten (als dat aan de orde komt);
  4. de sanctie van verwijdering in bijzondere gevallen.

Als de onderhoudsplicht (b.v. krachtens regelingen in vroegere beheersreglementen) op
kerkrentmeesters rust, maar waarbij het recht in de tijd beperkt is
, kan het college van kerkrentmeesters


I


op het moment van verlenging van rechten de zaak opnieuw regelen. Dit moment, maar ook andere
momenten (b
. v. overschrijving van rechten of als rechthebbenden nieuwe gunsten vragen) zal men
moeten aangrijpen om een financieel gunstiger regime te bedingen.

Het onderhouden van grafbedekkingen, waarbij de plicht (b.v. krachtens z.g. eeuwig durende rechten)
op kerkrentmeesters rust en er geen kostenverhaal (meer) mogelijk is, zal voor rekening van
kerkrentmeesters moeten plaats vinden
. Ook hier zal overleg met rechthebbenden nuttig kunnen zijn en
misschien tot een (gedeeltelijke) oplossing kunnen leiden
. Als na grondige nasporing geen
rechthebbenden meer te vinden zijn, kan men in extreme gevallen ook veilig tot verwijdering van een in
slechte staat verkerende grafbedekking overgaan
.

Artikel 25

Plaatselijk gebruik kan zijn dat niet tot ruiming wordt overgegaan maar dat op een dieper niveau wordt
bijgezet
. Van belang is om eventuele ruiming, nadat de daarvoor voorgeschreven procedure is
doorlopen, te laten plaatsvinden door daartoe gekwalificeerde bedrijven
. Het gaat er om dat uit
piëte
itsoverwegingen de grootst mogelijke zorgvuldigheid betracht wordt. Hierna is het graf eveneens
beschikbaar gekomen voor hergebruik
. Ten aanzien van deze bijzetting zijn eveneens de leden 1 tlm 5
van toepassing hetgeen impliceert dat bijzetting een vorm van herbegraven is.

Artikel 26

Het is nogal eens voorgekomen dat graven die van bijzondere waarde zijn, door de werkers op de
begraafplaats ondoordacht zijn geruimd. De graven kunnen van betekenis zijn: hetzij door de overledene
die er begraven ligt dan wel alleen door het gedenkteken
. De overledene kan voor de plaatselijke
gemeenschap of zelfs ruimer van betekenis zijn geweest zodat wellicht de naam nog bij de volgende
generatie bekend is
.

Het gedenkteken kan opvallen door zijn vormgeving en door het materiaal. Een voorbeeld is het gietijzer
gesmeed door een ijzergieterij, vaak subtiel voorzien van symbolen van de dood
. Het ijzer herinnert aan
een reeds lang verdwenen nijverheid en is alleen al daardoor van waarde. Er dient te worden gezorgd
dat graven van bekende overledenen niet ondoordacht worden geruimd en dat soms vrij zeldzame
voorwerpen op een terrein dat zozeer aan het verleden herinnert, behouden blijven.

Bij twijfel over de betekenis van het gedenkteken, is het gewenst om een deskundige te raadplegen.
(B.v
. Vereniging De Terebinth, postbus 85177,3009 MD Rotterdam). De lijst is een inventarisatie van
gedenkwaardige graven. Door de beslissing over het ruimen van graven en het verwijderen van
grafbedekkingen die op de lijst staan
, te leggen bij het college van kerkrentmeesters en de kerkenraad
wordt een ruimere afweging bereikt
.

Artikel 27

Ingeval van lidmaatschap van de Landelijke Organisatie Begraafplaatsen (LOB) is de klachtenregeling
van de Ombudsman Uitvaartwezen van toepassing.

Indien het college van kerkrentmeesters een besluit neemt ingevolge lid 2 van artikel 27, staat er voor
gemeenteleden van rechtswege beroep open op het Regionaal College voor de Behandeling van
Bezwaren en Geschillen van de Protestantse Kerk in Nederland.


BEGRAAFPLAATS VAN DE PROTESTANTSE GEMEENTE TE  Dongen-Rijen

GRAFBRIEF

                                                                                                                                                Het college van kerkrentmeesters van de Protestantse gemeente te Dongen-Rijen

verleent aan:

Naam

Geboren

Straat en huisnummer

Postcode en woonplaats

het uitsluitend recht om gedurende een tijdperk van 20 jaren na heden te begraven en/of asbussen bij te
zetten in een grafruimte gelegen op:

          veld ... , vak , nr ............................................................................................................. , van de begraafplaats van de Protestantse gemeente te ..................................................................................................... een

en ander overeenkomstig het bepaalde in het reglement voor het beheer van een protestantse
begraafplaats, zoals dit thans
luidt of na wijziging zal luiden. Dit uitsluitend recht kan worden verlengd
met telkens een periode van (
tenminste 5 en maximaal 20) ..... jaren.


 


(plaats)


(datum)


 


                                                                                                                                                Het college van kerkrentmeesters van de Protestantse gemeente te ................................................................... .

                                                     ...   voorzitter,

.............................................. secretaris,

N.B. De aandacht wordt gevestigd op het bij deze grafbrief gevoegde reglement voor het beheer van
een protestantse begraafplaats.


I


BEGRAAFPLAATS VAN DE PROTESTANTSE GEMEENTE TE Dongen-Rijen

Aan de heer/mevrouw

(invullen naam en adres van rechthebbende)

Datum


 


Betreft


verstrijken termijn


 


                 €                   .

                 €                   .

                        Zeer geachte heer/mevrouw .................................. ,

                        Het college van kerkrentmeesters van de Protestantse gemeente te ........................................... heeft

geconstateerd dat de uitgiftetermijn van het graf waarop u een uitsluitend recht hebt (t.w. het graf
gelegen op ve
ld ... , vak ... ,

                        nr ... , waarin is begraven (naam invullen) ................................................... ), zal verstrijken op

................... (datum invullen).

U heeft de mogelijkheid om dit recht te verlengen. De verlenging geschiedt voor een periode van (ten
m
inste 5 en maximaal 20) .... jaren. De kosten van verlenging bedragen:

  1. verlenging uitgiftetermijn tot   .
    1. ten grafbedekking 20 .. tot 20 ..


 


Totaal


€ .............. .

==========


 


                        Indien u van deze mogelijkheid gebruik wilt maken, verzoeken wij u ons dit vóór ...................... .

(datum invullen) mee te delen.

Indien u de graftermijn niet wilt verlengen, zal het college van kerkrentmeesters na het verstrijken van de
uitgiftete
rmijn het graf (laten) ruimen.

Wij wijzen u op het bijgevoegde artikel 25 van het reglement op het beheer van de protestantse

                        begraafplaats te ..................................... (plaats invullen), dat een aantal bepalingen geeft over het

ruimen van graven.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Mocht u nog vragen hebben dan
kun
t u contact opnemen met onze beheerder:

Naam

Straat en huisnummer
Postcode en woonplaats
Telefoonnummer
E-mailadres

Met vriendelijke groet,

                       namens      het      college     van      kerkrentmeesters     van      de      Protestantse     gemeente      te

...................................................... , voorzitter

..................................................... ,secretaris

Bijlage.

NB. Deze brief dient verstuurd te worden tussen twee en één jaar voor het verstrijken van de
u
itgiftetermijn.


BEGRAAFPLAATS VAN DE PROTESTANTSE GEMEENTE TE  Dongen-Rijen

(TUSSENTIJDSE) AFSTANDSVERKLARING INZAKE GRAFRECHTEN

Ondergetekende:

Naam

Straat en huisnummer

Postcode en woonplaats

                                                                                                                                                 handelende in hoedanigheid van: (relatie tot overledene) .................................................................................. .

                                                                                                            van wijlen       .

verklaart mede namens de nabestaanden van eerdergenoemde overledene begraven op de

                                                                                begraafplaats van de Protestantse gemeente te d.d .

                                                                              ............................................. onder grafnummer van de grafrechten op dit graf

                                   met ingang van ...........................................................................................   afstand te doen ten behoeve van de Protestantse gemeente

                                                       te                                                                                            .

De bestemming van de grafmonumenten wordt aan het college van kerkrentmeesters overgelaten.

(plaats en datum)

(handtekening)


BEGRAAFPLAATS VAN DE PROTESTANTSE GEMEENTE TE Dongen-Rijen

Aan

de heer/mevrouw

(invullen naam en adres van
rechthebbende)

Datum

Betreft: overboeking van graven

Geachte heer/mevrouw ................................................ t

De op ....................................... (datum invullen) overleden heer/mevrouw ..................................... .

(naam invullen) was rechthebbende op de grafruimte, gelegen op veld ........... , rij .... t nr. .... t van de

begraafplaats van de Protestantse gemeente alhier.

Op grond van artikel 15 van het reglement voor het beheer van een protestantse begraafplaats
(waarvan de tekst is bijgevoegd) kan
, na het overlijden van de rechthebbende, het uitsluitend recht tot
het begraven in een bepaa
lde grafruimte, op schriftelijk verzoek van één der in artikel 15, 2e lid,
genoemde personen op naam van één van hen worden overgeschreven. Zodanig verzoek moet binnen
een
jaar na het overlijden van de rechthebbende worden gedaan.

                                                                                                De kosten aan deze overschrijving verbonden, bedragen €                                                                                                 .

Indien u voor de hiervoor aangeduide grafruimte van het recht tot overboeking gebruik wenst te maken,
verzoeken wij u tijdig een schriftelijk verzoek bij het college van kerkrentmeester van de Protestantse
gemeente alhier in te dienen
.

                                                                                                                                             De beheerder van de begraafplaats van de Protestantse gemeente te .................................................................... .

Bijlage: artikel 15 van het plaatselijk reglement


                                                                                                                                                                                                      BEGRAAFPLAATS VAN DE PROTESTANTSE GEMEENTE TE Dongen-Rijen

Aan

de heer/mevrouw

(invullen naam en adres van
rechthebbende)

Datum


 


Betreft


bevestiging overboeking grafruimte


 


Het uitsluitend recht om te begraven in de grafruimte, gesteld ten name van wijlen

                                                                                                                          ................................... (naam invullen) overleden op .................................................................................................... (datum invullen) te

........................... (plaatsnaam invullen) bevattende ..... (aantal invullen) grafruimte(n), gelegen op

          veld , rij .......... , nr        , is heden op schriftelijk verzoek overgeschreven ten name van:

Naam

Geboren

Straat en huisnummer

Postcode en woonplaats

E-mailadres

Het college van kerkrentmeesters van de Protestantse gemeente te ............................................. .

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . , voorzitter

................................................ , secretaris


BEGRAAFPLAATS VAN DE PROTESTANTSE GEMEENTE TE Dongen-Rijen

Aan

de heer/mevrouw

(invullen naam en adres van
rechthebbende)

Datum


 


Betreft


: onderhoud grafbedekkingen


 


                                                                       Geachte heer/mevrouw ,

                                                                                                                                                Het college van kerkrentmeesters van de Protestantse gemeente te ................................................................... heeft

geconstateerd dat de grafbedekking op het graf waarop u een uitsluitend recht hebt (t.w. het graf
gelegen op veld vak n
r. waarin is begraven
.................................................................. (naam invullen) niet behoorlijk is onderhouden.

Op grond van artikel 23 van het reglement op het beheer van de begraafplaats van de protestantse

                                                                          gemeente te bent u hiertoe wel verplicht.

Wij verzoeken u ervoor te zorgen dat de grafbedekking binnen drie maanden na heden weer in goede
staat verkeer
t.

Voorts wordt u verzocht ons binnen een week de ontvangst van deze brief te bevestigen.

Mocht u nog vragen hebben, dan kunt u terecht bij onze beheerder.

Naam

Straat en huisnummer
Postcode en woonplaa
ts
Telefoonnumme
r

E-mail adres

Met vriendelijke groet,

namens het college van kerkrentmeesters van de Protestantse gemeente te

                                                       ....... "      , voorzitter

................................................. , secretaris


MODEL-EXPLOITATIEOPZET BEGRAAFPLAATS PROTESTANTSE GEMEENTE

A.           EXPLOITATIE-REKENING

LASTEN

1.           Onderhoud begraafplaats. w.o.

1.1 Assurantie

1.2 Publiekrechtelijke lasten
1
.3 Water

1.4 Energiekosten (verwarming en elektriciteit)
1.5 Onderhoud begraafplaats

1.6 Onderhoud grafbedekkingen

1.7 Inventaris en installaties

1.8 Storting in "fonds afkoopsommen onderhoud grafbedekkingen"

              2.       Kapitaalslasten

2.1 Afschrijving gebouwen (kantoor, lokaal, urnennis enz.)

2.2 Afschrijving machines en hulpmiddelen (tractor, grafdelfmachine e.d.)
2
.3 Afschrijving aanleg paden e.d.

              3.       Personeelskosten begraafplaats

3.1 Salariskosten

3.2 Pensioenpremies

3.3 Sociale verzekeringspremies
3
.4 Organist t.b.v. rouwdiensten
3.5 Overige vergoedingen

              4.       Administratie en beheer

4.1 Aandeel in administratie- en beheerskosten

              5.       Aula/koffiekamer

5.1 Kosten plechtigheden
5
.2 Kosten koffiekamer

6.           Overige kosten

6.1 Rentebijschrijving "fonds afkoopsommen onderhoud grafbedekkingen"
6
.2. Overige kosten

BATEN

11.          Begrafenisrechtenlrechten asbezorging

11 .1 Algemene graven
1
1.2 Particuliere graven
1
1.3 Herbegraven

11.4 Overige rechten


               12.     Onderhoudsrechten grafbedekkingen

12.1 Afkoopsommen onderhoud grafbedekkingen
12
.2 Onderhoudsrechten voor 1 jaar

12.3 Onttrekking aan "fonds afkoopsommen onderhoud grafbedekkingen"

               13.     Gebruik aula/rouwkapel

13.1 Vergoeding gebruik rouwkapel
13.2 Omzet koffiekamer
13.30rgelgebruik

              14.     Zerken lichten, ruimen enz.

14.1 Zerken lichten, ruimen enz.

               15.     Eigen graven

15.1 Rechten particuliere graven

15.2 Rechten verlenging particuliere graven voor (minimaal 5 en maximaal 20)
jaren

15.3 Rechten overschrijving particuliere graven

               16.     Rente

16.1 Rente beleggingsrekening

              17.     Overige baten

              B.      BALANS

ACTIVA

  1. Begraafplaats. gebouwen inventaris

Gedacht kan worden aan het niet afgeschreven deel van onroerend goed, kantoor, lokaal,
aula
, inventaris, tractor, grafdelfmachine enz.

  1. Uitbreiding e.d. begraafplaats

Voorinvestering t.b.v. nog niet gerealiseerde uitbreiding, b.v. reeds daarvoor gekochte
grond
.

              3.       Voorraad

              4.       Debiteuren (vorderingen)

              5.       Bank/giro

6.           Sluitrekening

PASSIVA

1.           Fonds afkoopsommen onderhoud grafbedekkingen

2.           Crediteuren (schulden)

3.           Sluitrekening


C.           VOORBEELD FONDS AFKOOPSOMMEN ONDERHOUD GRAFBEDEKKINGEN

              B.v. 100 grafbedekkingen per 1.1.2 ... .

BATEN

 

LASTEN

 

11

 

Stand fonds afkoop-

   

Onttrekking ten

   
 

sommen per 1/1

   

gunste van lopen-

   
       

de exploitatiere-

   
       

kening

   
 

In lopende jaar ont-

   

Saldo fonds per

   
 

vangen afkoopsommen

   

31/12

   
 

Rentebijschrijving per

         
 

31/12 à ... pct.

         
 

Totaal

   

Totaal

   



                                                                                                                                                 TARIEVENLIJST BEGRAAFPLAATS PROTESTANTSE GEMEENTE Dongen-Rijen

als bedoeld in artikel 23 van het reglement voor het beheer van de begraafplaats van de Protestantse

                                                                                                              gemeente te Dongen-Rijen

Terzake van het gebruik van de begraafplaats alsmede voor de diensten en vergunningen, die in
verband daarmee door het college van kerkrentmeesters worden ver
leend, worden de volgende tarieven
in reken
ing gebracht:

1.

Voor het verlenen van het uitsluitend recht tot het

 
 

doen begraven en begraven houden wordt geheven:

 
 

a.

voor een periode van 20 jaar

 

b.

voor een periode van 30 jaar

 

c.

voor een periode van 10 jaar bij verlenging

 

d.

voor verlenging van 5 jaar per verlenging

2.

Voor het verlenen van het uitsluitend recht tot het

 
 

doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen wordt

 
 

geheven:

 
 

a.

in een bestaand particulier graf

 

b.

in een urnengraf voor een periode van 15 jaar

 

c.

in een sierurn in de urnentuin voor een periode van

 
   

15 jaar

 

d.

in een sierurn in een open nis in het columbarium

 
   

(urnenmuur) voor een periode van 15 jaar

 

e.

in een gesloten nis in het columbarium voor een

 
   

periode van 15 jaar

 

f.

idem een tweede asbus

3.

Voor het verstrooien van as wordt geheven:

 
 

a.

in een bestaand particulier graf

 

b.

in een particulier urnengraf voor een periode van 15 jaar

 

c.

op het strooiveld van de begraafplaats


 


4.


a.

b.

c.

d.

e.

f.


Voor het begraven van een lijk van een persoon van
12 jaar of ouder wordt geheven
:

  1. in een particulier graf
  2. in een algemeen graf

Voor het begraven van een lijk van een kind beneden
één jaar word
t geheven:

  1. in een particulier graf
  2. in een algemeen graf

Voor het begraven van een lijk van een kind beneden
12
jaar wordt geheven:

  1. in een particulier graf
  2. in een algemeen graf

Voor het begraven buiten de vastgestelde uren worden
de tarieven, bedoeld onde
r a, b en c verhoogd met
Voor het begraven binnen de vastgestelde uren op
zaterdagen, zondagen en christel
ijke of algemeen
erkende feestdagen worden de tarieven, bedoe
ld onder
a
, b en c verhoogd met

Voor het begraven buiten de vastgestelde uren op
zaterdagen, zondagen en christelijke of algemeen
erkende feestdagen worden de tarieven, bedoeld onder
a
, b en c verhoogd met







 


                                5.         Voor het afgeven van een vergunning voor het plaatsen of


vernieuwen van grafbedekkingen wordt geheven:

  1. voor het stichten van een grafkelder
    1. voor het stichten van gedenktekenen en kruisen, per
      gedenkteken o
      f kruis, inclusief het onderhoud wegens

het college van kerkrentmeesters gedurende de eerste termijn
van uitgifte
, wordt geheven voor:

  1. een particulier graf
  2. een algemeen graf
  3. een kindergraf
  4. voor het aanleggen van een graftuin
  5. voor het planten van bomen, per boom
  6. voor het planten van heesters en andere gewassen
  7. voor het namens kerkrentmeesters onderhouden van de onder
    d
    . en e. bedoelde beplantingen, per jaar
    1. de tarieven voor gedenktekenen en dergelijke, voort-
      vloeiend uit onderhoudsverplich
      tingen, aangegaan voor
      inwerkingtreding van deze tarievenlijst
      , bedragen per
      kalenderjaa
      r:
      1. voor een particulier graf:

- met een staande of liggende steen

- met een omranding

- met andere voorwerpen

  1. voor een algemeen graf
  2. voor een kindergraf
  3. de onder g bedoelde onderhoudstarieven kunnen ineens
    worden voldaan voor ten hoogste 15 jaar voor een algemeen
    gra
    f en twintig jaar voor een particulier graf. Voor berekening
    van de afkoopsom wordt de volgende tabe
    l toegepast:













 


Aantal jaren waarvoor
de rechten worden
voldaan

10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30


Heffingsfactor (te
vermen
igvuldigen met
het jaarlijks recht)

9
91/2
10
11

11 1/2
12

13
131/2
14
141/2
15
151/2
16
161/2
17
171/2
18
181/2
19
191/2
20


Bedrag






















 


6.


1.


Voor het inschrijven en overboeken van particuliere graven in
een daartoe bestemd register wordt geheven



7.


2.

3.

1.
2
.

3.

4.
5.
6.


Voor het inschrijven en overboeken van particuliere urnengraven
in een daartoe bestemd register wordt geheven

Voor het inschrijven en overboeken van particuliere urnen-
n
issen in een daartoe bestemd register wordt geheven

Voor het lichten van een lijk wordt geheven

Voor het na lichting weer opnieuw begraven in hetzelfde
graf wordt geheven

Voor het na lichting weer begraven in een ander graf
wo
rdt geheven

Voor het lichten van een asbus wordt geheven

Voor het weer terugplaatsen van een asbus wordt geheven
Voor
het ruimen van een graf op verzoek van de belang-
hebbende wordt geheven





 


8.

9.

10.

11.

12.

13.

14.

15.

16.


Gebruik van de aula

Bespelen van het orgel

Het luiden van de klok

Het opbaren van een lijk

Gebruik van de geluidsinstallatie

Gebruik van video of DVD-installatie

Catering



 


                                                                                        Deze tarieven lijst treedt in werking op     .

Aldus vastgesteld door het college van kerkrentmeesters van de Protestantse gemeente te

(Datum) ................................ .

                                 . .. .. ... .. . .................... .. . ..          , voorzitter

............................................................. , secretaris